Wat kost het
Hieronder treft u enkele voorbeelden aan van berekeningen over de kosten en baten van de investering een een Eurosalt Saltmix zoutoplosser. De berekeningen gaan uit van de verschilllende situaties zoals die in Nederland voorkomen.
Rekenvoorbeeld I gaat uit van een middelgrote gemeente met ca. 50.000 inwoners. Er wordt natgestrooid met calciumchloride-oplossing. De benodigde oplossing wordt gemaakt door calciumchloride flakes op te lossen. Het rekenvoorbeeld laat zien welk voordeel behaald kan worden met de aanschaf van een een Saltmix 3.0/6.0.
Bij een grote gemeente met ca. 200.000 inwoners werd natgestrooid met natriumchlorideoplossing. De natriumchloridepekel werd kant en klaar aangevoerd. Rekenvoorbeeld II laat het voordeel zien dat behaald werd door de aanschaf van een Saltmix 35.0/10.0. De Saltmix 35.0/10.0 heeft een inwendige voorraad voor droogzout van 35 ton. Uit een levering kan dan 35 x 5 = 175 ton natriumchloride 20% geproduceerd worden.
Een groot steunpunt van de Rijksoverheid koopt momenteel Calciumchloride-oplossing 33% als natte component. De 33%-ige oplossing wordt verdund tot 16%. Het steunpunt levert ook zout en natzout aan omliggende gemeenten. In rekenvoorbeeld III worden de kosten en baten in kaart gebracht van de aanschaf van een Saltmix 35.0/10.0.
Een kleine gemeente besluit nat te gaan strooien. Men heeft de keuze om zelf pekel te maken of kant en klaar in te kopen. Voor de opslag van pekel kan men een tank overnemen ter waarde van € 10.000. Rekenvoorbeeld IV laat zien wat zelf pekel maken kost met de Saltmix Eco versus de aanschaf en opslag van kant en klare pekel.
Een gemeente met 80.000 inwoners strooit al jaren nat. Voor de natte component beschikt men over een opslagtank. Met het oog op duurzaam inkopen wil de gemeene nu overstappen op de productie van pekel in eigen beheer. Rekenvoorbeeld V toont dat duurzaam inkopen van pekel t.b.v. de gladheidbestrijding loont.

